Het gebruik van pompaccumulatiecentrales is de enige manier om de doelstellingen van de Europese Unie op het gebied van duurzame energie voor het jaar 2020 te halen.
Dat stelt een recente studie, die is verricht onder leiding van het Joint Research Commission en de University College Cork. Bij een pompaccumulatiecentrale vult een pomp met een overschot aan (duurzame) elektriciteit een hoog gelegen reservoir met water, als er behoefte is aan elektriciteit stroomt het meer leeg via een turbine, onder opwekking van elektriciteit.
Volgens de betreffende studie zou het ombouwen van conventionele reservoirs van waterkrachtcentrales tot opslagsystemen voor pompaccumulatiecentrales aantrekkelijker zijn dan het bouwen van nieuwe installaties. Turkije zou op deze manier bijvoorbeeld 3.800 GWh aan duurzame stroom kunnen produceren.
Ingenieurs van de universiteit in Purdue slagen erin met glasvezels warmte om te zetten in stroom.
De vezels hebben hiervoor een 200 nm dikke coating van het thermo-elektrische loodtelluride. Van de vezels kunnen weefsels worden gemaakt die aan elke vorm zijn aan te passen. Zo lijkt het mogelijk in apparaten, auto’s of fabrieken een deel van de afgegeven afvalwarmte te herwinnen en te hergebruiken in het apparaat of de fabriek zelf. Huidige thermo-elektrische materialen zijn vaak grote blokken of schijven. Ook zijn ze relatief duur omdat ze veel tellurium bevatten. De dunne coating bestaat maar voor vijf procent uit dit dure element.
Werktuigbouwkunde biedt van alle technische studies de grootste kans op een baan, zo blijkt uit de nieuwste studiekeuzegids, de Keuzegids Masters 2012. De gids geeft wederom een overzicht van de kwaliteit van de verschillende studies – op basis van de waarderingen van zowel studenten als onderwijsexperts – en op de toekomstperspectieven van deze opleidingen voor de arbeidsmarkt.

De redactie van de keuzegids begint met een kritiekpunt, namelijk dat de voorlichting van de onderwijsinstellingen flink wordt gekleurd door het eigen belang om studenten in huis te halen en te houden: ‘Het is net als in andere markten: de aanbieders regeren, en de onwetende consument heeft het nakijken.’
Op de meeste technische studies valt weinig aan te merken: de opleidingen zijn kwalitatief prima en de voorkeur voor een bepaalde instelling hangt dan ook vooral af van de voorkeuren van de student zelf. Er zijn echter een paar uitschieters. De opleidingen biomedical engineering (TU/e) en nanoscience (RUG) worden erg hoog gewaardeerd, alsook de hbo-opleiding control systems engineering (HAN).
Een negatieve uitschieter is de opleiding kunstmatige intelligentie (ai) in het algemeen. Studenten waarderen deze studie weliswaar niet negatief, maar onderwijsexperts vinden hem nog altijd beneden de maat.
Bij de TU/e en de TUD schiet de opleiding bouwkunde te kort: vooral de studielast blijkt hier te hoog. Maar deze zelfde opleiding bouwkunde levert, samen met de opleiding civiele techniek, in de technische sector nog altijd een goede kans op een baan. De beste perspectieven zijn er echter voor de werktuigbouwkundestudenten; hun arbeidsmarktperspectief wordt gewaardeerd op ‘zeer goed.’