DOOR VAKLIEDEN... VOOR VAKLIEDEN...
DOOR VAKLIEDEN... VOOR VAKLIEDEN...
DOOR VAKLIEDEN... VOOR VAKLIEDEN...
DOOR VAKLIEDEN... VOOR VAKLIEDEN...

Nieuws - overzicht

Tweede Kamer: wettelijke vergoeding voor te laat betalen ZZP'ers

1 March 2016 door

ZZP en MKB in problemen door late betalingen

Op 19 februari 2016 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het voorstel van het CDA, dat samen met Hans Biesheuvel van ondernemersorganisatie ONL is ingediend. In het voorstel wordt gepleit voor een wettelijk vastgelegde vergoeding van 8% voor mkb'ers en zzp'ers indien de factuur na 60 dagen nog niet is betaald door de grootbedrijven. Hiermee wil de Tweede Kamer de ongewenste lange betalingstermijnen die op dit moment worden opgelegd door grootbedrijven terugdringen, zodat de prikkel wordt weggenomen dat grootbedrijven hun leveranciers als bank gebruiken. Door bewust betalingstermijnen langer dan 60 dagen op te leggen hoeven zij minder krediet bij de bank op te nemen, omdat zij gratis geld kunnen lenen bij de kleine leveranciers. Kleine leveranciers zijn vanwege de sterk afhankelijke positie niet in staat dit tegen te gaan.

 

CDA Tweede Kamerleden Agnes Mulder en Pieter Omtzigt zijn blij met deze steun: “De jaarlijkse kosten van achterstallige betalingen zijn 2,5 miljard euro. Kleine leveranciers houden hierdoor hun hoofd amper boven water. Te late betalingen vormen voor mkb'ers en zzp'ers een risico en een grote kostenpost. Het leidt tot liquiditeitsproblemen, doordat zij zelf betalingsachterstanden krijgen of rood staan bij de bank. Ook wordt de ruimte om slechtere maanden op te vangen, of om juist snel investeringen te doen, kleiner.”

 

Meer dan de helft heeft betalingsproblemen

Op dit moment ervaren 53% van alle mkb- en zzp-aannemers en gespecialiseerde aannemers met een leveranciersrelatie met grote hoofdaannemers problemen met te late betalingen. Het betreft betalingstermijnen van 60 tot 120 dagen. In de wet is geregeld dat facturen binnen 30 dagen moeten worden betaald, met een mogelijkheid om dit te verhogen naar 60 dagen. De uitzonderingspositie in de wet maakt het echter mogelijk dat grootbedrijven later dan 60 dagen kunnen betalen zonder dat hier een vergoeding tegenover staat. “ Door het instellen van een wettelijke rente na zestig dagen kan op een effectieve en eenvoudige manier voorkomen worden dat kleine leveranciers gratis het grootbedrijf financieren, ” aldus Agnes Mulder.

 

Bron: zzp-nederland.nl

Liever een vrouw als schilder of behanger

24 February 2016 door Michel Kapoen

Consumenten blijken in de meeste kluscategorieën een lichte voorkeur voor een mannelijke klusser te hebben, behalve in de categorie behangen en schilderen. Dit blijkt uit de Klusmonitor van Werkspot.nl. Het onderzoek is uitgevoerd door marktonderzoekbureau SAMR onder 1.353 respondenten.

 

De meeste consumenten hebben geen voorkeur voor een vakman of -vrouw voor hun klus. Van de mensen die wel hun voorkeur uitspreken, zegt 71 procent van de mensen het liefst een vrouwelijke behanger te hebben. Voor de categorie schilderen geldt dat van de mensen met voorkeur, 54 procent het liefst een vrouwelijke schilder inhuurt.

 

Een opvallend resultaat, temeer omdat de schildersbranche een door mannen gedomineerd sector is. Op de reguliere schildersopleidingen moeten vrouwelijke leerlingen met een loep gezocht worden. Alleen de opleiding restauratie- en decoratieschilderwerk is populair onder vrouwen. Huurders en kopers van woningen zullen zich dus in meer dan 9 van de 10 gevallen tevreden moeten stellen met een mannelijke vakman.

 

In de overige categorieën is de voorkeur voor een mannelijke klusser groter, aldus de resultaten van het onderzoek. Verder is onderzocht of consumenten vrouwen geschikt vinden voor werken in de bouw. Het blijkt dat vooral ouderen mensen vrouwen minder geschikt vinden voor werk binnen deze branche. 42 procent van de Nederlandse consumenten vindt dat vrouwen prima op de bouwplaats passen, tegenover slechts 27 procent van de 65-plussers die dit vindt. Daarnaast schatten vrouwen (47 procent) hun bouwvaardigheden hoger in dan mannen (37 procent).

 

Bron: schildersvak.nlConsumenten blijken in de meeste kluscategorieën een lichte voorkeur voor een mannelijke klusser te hebben, behalve in de categorie behangen en schilderen. Dit blijkt uit de Klusmonitor van Werkspot.nl. Het onderzoek is uitgevoerd door marktonderzoekbureau SAMR onder 1.353 respondenten.

 

De meeste consumenten hebben geen voorkeur voor een vakman of -vrouw voor hun klus. Van de mensen die wel hun voorkeur uitspreken, zegt 71 procent van de mensen het liefst een vrouwelijke behanger te hebben. Voor de categorie schilderen geldt dat van de mensen met voorkeur, 54 procent het liefst een vrouwelijke schilder inhuurt.

 

Een opvallend resultaat, temeer omdat de schildersbranche een door mannen gedomineerd sector is. Op de reguliere schildersopleidingen moeten vrouwelijke leerlingen met een loep gezocht worden. Alleen de opleiding restauratie- en decoratieschilderwerk is populair onder vrouwen. Huurders en kopers van woningen zullen zich dus in meer dan 9 van de 10 gevallen tevreden moeten stellen met een mannelijke vakman.

 

In de overige categorieën is de voorkeur voor een mannelijke klusser groter, aldus de resultaten van het onderzoek. Verder is onderzocht of consumenten vrouwen geschikt vinden voor werken in de bouw. Het blijkt dat vooral ouderen mensen vrouwen minder geschikt vinden voor werk binnen deze branche. 42 procent van de Nederlandse consumenten vindt dat vrouwen prima op de bouwplaats passen, tegenover slechts 27 procent van de 65-plussers die dit vindt. Daarnaast schatten vrouwen (47 procent) hun bouwvaardigheden hoger in dan mannen (37 procent).

 

Bron: schildersvak.nl

Uitzendbranche belangrijker in economie

19 February 2016 door Michel Kapoen

Het belang van de uitzendbranche voor de Nederlandse economie is de afgelopen twintig jaar toegenomen. Bedrijven vergroten hun flexibele schil vooral door langlopende uitzendcontracten. Dat blijkt uit het Themabericht Kennis en Economisch Onderzoek van de Rabobank.

 

 

Uitzendbranche gegroeid

Het Nederlandse bedrijfsleven is de afgelopen twintig jaar meer gebruik gaan maken van de diensten van de uitzendbranche, zo meldt de Rabobank. Waar andere sectoren in 1995 gemiddeld 1,8% van hun inkoopkosten aan diensten van de uitzendbranche besteedden, was dit in 2014 2,8%.
In de afgelopen anderhalf jaar is de stijging van de werkgelegenheid ook vooral te danken aan de uitzendsector.

 

Langlopend uitzendcontract
Het aantal uitzenduren is de laatste jaren flink toegenomen, vooral doordat het aantal uitzenduren van uitzendkrachten met een langdurig contract enorm is toegenomen. Het aantal uitzenduren in de zogeheten B- en C-fasen was in het derde kwartaal van 2015 het hoogste ooit, zo stelt de Rabobank. Bedrijven zouden er steeds vaker voor kiezen om werknemers een langlopend uitzendcontract te geven in plaats van een contract voor bepaalde tijd of een vast dienstverband. Dit sluit aan bij de behoefte aan een grotere flexschil bij bedrijven.
De Rabobank stelt op basis van onderzoek van Panteia (2015) dat het aantal medewerkers in Nederland dat een payrollcontract dan ook is gegroeid van 145.000 in 2009 naar 195.000 in 2014.

 

Toekomst uitzendbureaus
Dat de groeiende vraag naar personeelsflexibiliteit zich de afgelopen jaren uit in stijging van het aantal uitzenduren, wil niet zeggen dat de uitzendbranche in de toekomst zonder meer zal blijven groeien. Volgen de Rabobank is het de vraag of organisaties hun personeelsbestand in de toekomst flexibel houden door het inhuren van flexibele krachten via een uitzendbureau of dat ze dit op een andere manier doen, bijvoorbeeld door vaker een tijdelijk contract aan te bieden. De aantrekkelijkheid van het inhuren van flexibele krachten is onder meer afhankelijk van wetgeving.

 

Payrollwet
Minister Asscher (SZW) is bezig met een wetsvoorstel waarmee hij de arbeidsvoorwaarden voor payrollmedewerkers en 'gewone' medewerkers gelijk wil trekken. Door de Wet Werk en Zekerheid die per 1 juli 2015 van kracht is geworden, is er al voor gezorgd dat beide groepen dezelfde ontslagbescherming hebben. Het wetsvoorstel van minister Asscher moet ervoor zorgen dat de resterende ongelijkheid in (secundaire) arbeidsvoorwaarden ook verdwijnt. Dit is een bedreiging voor de payrollsector, mede omdat die tot veel administratieve rompslomp zou leiden, bijvoorbeeld als payrollbedrijven het pensioen van opdrachtgevers moeten gaan toepassen.

 

Wet DBA
Ook wordt per 1 mei 2016 de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) vervangen door de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Werkgevers maken zich zorgen dat zij met de invoering van de wet DBA achteraf loonheffing moeten gaan betalen voor de zzp'ers die zij inhuren. Daarom zoeken zij naar mogelijkheden om geen rechtstreekse overeenkomsten aan te gaan met zzp'ers. Dit zou ertoe kunnen leiden dat bedrijven vaker flexkrachten gaan inhuren via een uitzendbureau.

 

Bron: Flexmarkt.nl